Fictieschrijven heb ik laat ontdekt. Als kind had ik niet de droom om schrijver te worden. Ik wilde met blinde kinderen werken. Die wens had alles te maken met het belang dat ik hechtte aan zien, aan het visuele.
Schrijven begint vaak met kijken, observeren. Uiteindelijk is schrijven verbeelden. Dat is precies wat mij eraan fascineerde toen ik het fictieschrijven ontdekte. Je kunt een wereld creëren, iets wat alleen in jouw verbeelding bestaat tot leven brengen. Niet alleen geeft het voldoening om te maken, voor mij is schrijven ook een manier om grip te krijgen op de werkelijkheid.
Sinds 2013 combineer ik het schrijven met doceren: een vruchtbare kruisbestuiving. Niet alleen omdat schrijven een solistische bezigheid is en lesgeven een sociale, maar ook omdat je als docent keer op keer tegen het licht houdt wat je als schrijver doet. Er is weinig dat ik leuker vind dan mensen enthousiast maken om te schrijven, om hen gereedschap in handen te geven om wat ze te zeggen hebben goed op papier te krijgen.
Ik heb mijn eigen Schrijfwerkplaats en werk(te) onder meer voor De Vak in Delft, de Schrijversacademie, waar ik onder anderen de specialisatie Romans en korte verhalen gaf en Hogeschool Leiden, waar ik een minor creatief schrijven verzorg.
Boeken
Zeemansgraf voor een kort verhaal (2018, uitgeverij Cossee), over drie generaties musici.
De Duitse vertaling volgde in februari 2020 bij Karl Rauch Verlag in Düsseldorf. In het najaar van 2024 maakte ‘De klassieke bibliotheek’ een podcast van de roman.
Het gras van de donderdag|gekleurde verzen (2022, uitgeverij de Muze), poëzie geïnspireerd op de verfstalen uit de bouwmarkt.
Een tweede roman is bijna voltooid
(foto: Barbra Verbij)